Ik deed chemo voor mijn kinderen

Naam: Carla (52)
Relatie: weduwe, een zoon en een dochter.

Na het overlijden van haar man stortte Carla in. Toen er twee jaar later ook nog borstkanker bij haar werd geconstateerd, kon ze het nauwelijks geloven. “Weduwe en borstkanker, hoe kreeg ik het voor elkaar?”


“Op een ochtend lag mijn man dood in bed. We waren gelukkig getrouwd en onze kinderen waren toen nog maar twee en vijf jaar oud. Na zijn dood zorgde ik goed voor onze kinderen, maar niet voor mezelf. Ik rookte veel en dronk liters koffie. Ik kon het allemaal niet bevatten, ging alles in huis schilderen, zolang ik maar bezig was en niet hoefde te voelen.”

Tips & Tricks van Carla
  • Stop je angsten, woede, frustraties en verdriet niet weg. Ga in plaats daarvan de confrontatie maar aan. Ik heb hulp gezocht bij een psycholoog. Dat heeft mij er redelijk goed doorheen geholpen.
  • Ook al voel je je tijdens de chemo’s nog zo beroerd, probeer toch te eten en te drinken, al zijn het maar kleine beetjes. Doe je dat niet, dan wordt het alleen maar erger. En als je moet spugen en er zit niets in je maag, dan spuug je gal. Dat is pas echt erg.

“De huisarts dacht dat de knobbel die ik in mijn borst voelde, niets ernstigs was. Hij stuurde me wel naar het ziekenhuis voor een echo maar ze dachten meer aan mastopathie (pijnlijke borsten,red). Intussen bleef de knobbel groeien, het deed ook pijn. Ik kreeg een doorverwijzing naar de chirurg. Er volgde een punctie. Hiervan was de uitslag: vrijwel zeker niks aan de hand. Op mijn verzoek werd er een paar weken later een biopt genomen met een verpletterende uitslag. Ik had een ernstige vorm van borstkanker en de chirurg wilde direct opereren. Mijn borst moest er onmiddellijk af.”

“De kinderen werden snel ondergebracht bij familie en ik werd geopereerd. In mijn hoofd kon ik het allemaal niet plaatsen. Het was gewoon teveel. Weduwe en borstkanker, hoe kreeg ik het voor elkaar? Veertien lymfeklieren bleken aangetast en ik moest dus ook een chemokuur volgen. En stamceltransplantatie werd voorgesteld. De behandelingen leken me allemaal zo heftig en in mijn hoofd was het zo’n chaos dat ik nee zei. Ik wilde geen behandelingen. Ik wilde gewoon niets.”

“Mijn achterbuurvrouw Els is mijn beste vriendin, zij werd ook mijn Breast Friend. Met haar besprak ik heel veel. Ik ging toch de behandelingen doen. Ik had voor mijn gevoel geen keus. De oncoloog was duidelijk: deed ik niets, dan leefde ik hooguit nog twee jaar. Dat kon ik mijn kinderen niet aandoen. Ik kreeg middelen om mijn stamcelvoorraad op te fokken. Ik kreeg chemo’s waar ik hondsberoerd van werd. Gelukkig kwam er goed bericht. Ik had genoeg stamcellen aangemaakt die teruggeplaatst konden worden tijdens de laatste kuur.”

“Het is nu zeventien jaar geleden dat ik weduwe werd en vijftien jaar geleden dat ik borstkanker kreeg. Helaas is het niet alleen bij borstkanker gebleven. In de loop van de tijd heb ik nog twee keer een klaplong gehad en heb ik een operatie aan mijn hart moeten ondergaan. Ook heb ik huidkanker gehad. Het is moeilijk om vertrouwen te hebben in de toekomst. Ik leef met de week. Langer dan dat kijk ik niet vooruit. Ik ken en ontmoet aardige mensen met wie ik fijne gesprekken heb. Gelukkig maar, want met kletspraatjes over het weer en de was hoef je bij mij niet meer aan te komen.”

“Op één ding ben ik ongelofelijk trots: mijn kinderen. Ze zijn inmiddels volwassen en het gaat heel goed met ze. We kunnen gelukkig over alles praten. En Els? Die is nog steeds mijn allerliefste vriendin.”


Terug naar alle verhalen